Onze nieuwe collega Emanuel van Praag verdedigt vandaag zijn promotieonderzoek

  • Share

HVG Law advocaat Emanuel van Praag verdedigt op 6 december zijn proefschrift aan de Universiteit van Amsterdam. Direct daarop komt een commerciële bewerking van zijn proefschrift uit bij Boom Juridische uitgevers (zie hier).

Emanuel onderzocht de verdeling van toezichtbevoegdheden tussen Europese toezichthouders onderling en tussen Europese toezichthouders en nationale toezichthouders.

Emanuel komt tot het oordeel dat de huidige verdeling van toezichtbevoegdheden op punten niet meer voldoet. De kern is:

  • De bevoegde nationale toezichthouder wordt door de Europese regelgeving bepaald door te kijken waar (op het territorium van welke lidstaat) een financiële onderneming fysiek is gevestigd. In de online wereld voldoet dit aanknopingspunt niet meer. Ook zonder enige fysieke vestiging in een lidstaat te hebben, kan een onderneming significante (economische) impact op de markt hebben.
  • De huidige regelgeving behandelt dochtervennootschappen anders dan bijkantoren zonder eigen rechtspersoonlijkheid. Dit doet geen recht aan het feit dat financiële ondernemingen centraal worden geleid.
  • De hoge drempel voor aansprakelijkheid van toezichthouders maakt dat toezichthouders onvoldoende rekening hoeven te houden met belangen van cliënten en andere belanghebbende uit andere lidstaten.
  • Omdat de Europese wetgevers het Verdrag betreffende Werking van de Europese Unie (VWEU) niet willen wijzigen, zijn voor het financieel toezicht kunstmatige constructies opgetuigd waarbij beslissingen formeel worden genomen door personen die materieel slechts beperkt bij de besluitvorming zijn betrokken.
  • Op Europees niveau wordt steeds per soort financiële onderneming een richtlijn of verordening aangenomen. Hierdoor zijn inconsistenties in de regelgeving ontstaan. Voor dezelfde problemen of vragen worden andere oplossingen gekozen.
  • De Europese toezichthouders zijn niet echt Europees. De leiding van deze Europese toezichthouders bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale toezichthouders. Dit is een probleem, omdat deze Europese toezichthouders de nationale toezichthouders  juist moeten controleren.
  • Er zijn op Europees en nationaal niveau inmiddels zo veel toezichthouders bij het toezicht betrokken met overlappende en parallelle bevoegdheden, dat financiële ondernemingen in de praktijk niet meer weten naar wie zij moeten luisteren.

Emanuel doet concrete voorstellen om deze gebreken te adresseren.